ECLI:NL:CBB:2018:636
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen administratieve korting op GLB-betalingsrechten wegens overdeclaratie afgewezen
Appellante diende een gecombineerde opgave in voor 2015 met 201 percelen landbouwgrond, waarvan een deel gehuurd was. Verweerder kende daarop betalingsrechten toe en stelde een bedrag vast voor basis- en vergroeningsbetaling, waarbij een administratieve korting werd opgelegd wegens een verschil van meer dan 2 hectare tussen opgegeven en geconstateerde oppervlakte.
Appellante maakte bezwaar tegen deze korting en voerde aan dat het vertrouwensbeginsel was geschonden, omdat medewerkers van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland telefonisch hadden aangegeven dat geen sancties zouden worden opgelegd bij overdeclaratie, ondersteund door een brief aan accountants en belastingadviseurs.
Het College stelde vast dat het verschil in oppervlakte 12,30 hectare bedroeg en oordeelde dat appellante haar stelling niet met concrete feiten had onderbouwd. De brief van 7 april 2015 bevatte geen ondubbelzinnige toezegging dat sancties nooit zouden worden opgelegd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de administratieve korting op GLB-betalingsrechten wegens overdeclaratie wordt ongegrond verklaard.