ECLI:NL:CBB:2019:102
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig indienen gronden na fosfaatrechtbesluit
Appellante, een vennootschap onder firma, kreeg op 12 januari 2018 een besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin het fosfaatrecht op haar bedrijf werd vastgesteld. Tegen het bezwaar van appellante verklaarde de minister op 18 september 2018 het bezwaar ongegrond. Appellante stelde hiertegen voorlopig beroep in, maar diende de gronden van het beroep pas op 16 januari 2019 in, na afloop van de hersteltermijn.
Het College gaf appellante op 26 november 2018 een hersteltermijn van vier weken om alsnog de gronden in te dienen, met waarschuwing dat bij niet-naleving het beroep niet-ontvankelijk zou worden verklaard. Appellante stelde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was omdat zij eerst de beslissing op een knelgevallenregeling voor starters met jongvee wilde afwachten. Deze beslissing, gegeven op 11 januari 2019, wees haar verzoek af.
Het College oordeelde dat appellante zonder geldige reden niet binnen de gestelde termijn de gronden had ingediend of om uitstel had gevraagd. De brief van 11 januari 2019 bevatte geen besluit dat het bestreden besluit wijzigde of introk en kon daarom niet bij het geding worden betrokken. Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het te laat indienen van de beroepsgronden zonder verschoonbare reden.