ECLI:NL:CBB:2019:103
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom voor kippenverblijf
Verzoekster heeft een last onder dwangsom opgelegd gekregen vanwege onvoldoende geschiktheid van het verblijf van haar kippen. Zij moest voor 22 augustus 2018 zorgen voor voldoende ruimte, een zitstok en een zandbadmogelijkheid. Na bezwaar verklaarde verweerder dit ongegrond en legde een dwangsom van € 250,- op wegens niet-naleving.
Verzoekster stelde dat zij niet over de financiële middelen beschikte om de dwangsom te betalen en verzocht om een voorlopige voorziening om het bestreden besluit en de invorderingsbeschikking te vernietigen of subsidiair te schorsen. De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster haar stelling onvoldoende had onderbouwd en dat het bedrag van de dwangsom relatief gering was.
Daarnaast werd meegewogen dat de invordering van de dwangsom inmiddels was stopgezet en dat een mogelijk toekomstig opleggen van nadere sancties geen spoedeisend belang opleverde. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen. De hoofdzaak zal separaat worden behandeld.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder dwangsom en invorderingsbeschikking is afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.