ECLI:NL:CBB:2019:144
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.R. Eggeraat
- H.O. Kerkmeester
- I.M. Ludwig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing EIA-verklaring voor baggerschip vanwege registratie als zeeschip
Appellante heeft bij verweerder drie aanvragen ingediend voor een verklaring energie-investeringsaftrek (EIA) voor investeringen in een innovatief voortstuwingssysteem van het baggerschip [naam 5]. Verweerder wees deze aanvragen af omdat het schip geregistreerd staat als zeeschip en niet als binnenschip, waardoor het niet onder de definitie van vaartuig voor de binnenvaart valt zoals bedoeld in de Regeling energie-investeringsaftrek 2001.
Appellante betoogde dat het schip feitelijk meer dan 70% van de tijd binnen het Rotterdamse havengebied vaart en dat het ontbreken van een binnenvaartregistratie te wijten is aan conflicterende regelgeving omtrent LNG-brandstof, waardoor het schip niet als binnenschip geregistreerd kan worden. Tevens stelde zij dat de operationele activiteiten bepalend zouden moeten zijn in plaats van de registratie, en wees zij op een verschil in toetsingskader met de Belastingdienst.
Het College oordeelde dat verweerder terecht de vaste gedragslijn volgt om aan te sluiten bij de wettelijke definities van zeeschepen en binnenschepen in het Burgerlijk Wetboek, waarbij registratie in de openbare registers bepalend is. Het schip is niet als binnenschip geregistreerd en valt daarom niet onder het begrip vaartuig voor de binnenvaart in de Regeling. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd.
Het College overweegt dat de wijziging van de Regeling per 1 januari 2018, waarbij zeeschepen wel voor EIA in aanmerking kunnen komen, niet met terugwerkende kracht geldt. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door mr. E.R. Eggeraat, mr. H.O. Kerkmeester en mr. I.M. Ludwig op 9 april 2019.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de EIA-verklaring bevestigd.