ECLI:NL:CBB:2019:145
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.R. Eggeraat
- H.O. Kerkmeester
- I.M. Ludwig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over afwijzing S&O-verklaring voor softwareontwikkelingsprojecten
Appellante heeft bij verweerder een aanvraag ingediend voor een S&O-verklaring voor drie softwareontwikkelingsprojecten over de periode mei tot en met augustus 2017. Verweerder heeft de aanvraag gedeeltelijk afgewezen omdat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake was van ontwikkeling van technisch nieuwe programmatuur, waarbij vooral werd gewezen op het ontbreken van een technische beschrijving van de problemen.
Appellante voerde aan dat zij het aantal uren gelijkmatig over de projecten had verdeeld en dat eerdere aanvragen voor dezelfde projecten wel waren goedgekeurd. Zij stelde dat de afwijzing arbitrair was en toegeschreven kon worden aan een adviseur. Verweerder stelde dat elke aanvraag op zichzelf wordt beoordeeld en dat eerdere goedkeuringen geen garantie bieden voor latere perioden. Ook wees hij het arbitraire karakter van de beslissing van de hand.
Het College oordeelt dat de aangevoerde gronden van appellante geen aanknopingspunt bieden voor een inhoudelijke discussie over de afwijzingsgronden. Het volgt verweerder in zijn standpunt dat de afwijzing zorgvuldig en gedetailleerd is gemotiveerd en dat de beslissing niet arbitrair is. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 9 april 2019.
Uitkomst: Het beroep tegen de gedeeltelijke afwijzing van de S&O-verklaring wordt ongegrond verklaard.