Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 16 april 2019 in de zaak tussen
V.O.F. [naam 1] , te [plaats] , appellante
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
.Verweerder heeft ten onrechte nagelaten dit nader te onderzoeken.
In artikel 2.21, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling is - voor zover hier van belang - bepaald dat de minister elk jaar het bedrag van de betaling voor jonge landbouwers vaststelt.
,en b. toestemming verleent aan de minister om persoonsgegevens te verwerken ten behoeve van de controle op de naleving van deze regeling.
a) ten minste een blokkerende zeggenschap heeft ter zake van ondernemingsbeslissingen met een financieel belang van meer dan 25.000 euro, en
Of de jonge landbouwer blokkerende zeggenschap heeft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt ingevolge artikel 5, tweede lid, aanhef en onder c, van de Beleidsregel beoordeeld op basis van een schriftelijk vastgelegde overeenkomst met alle vennoten, ingeval van een vennootschap onder firma.
,in het licht van hetgeen is bepaald in artikel 49, eerste lid, van Verordening 639/2014, artikel 50 van Pro Verordening 1307/2013, de Uitvoeringsregeling en artikel 5, derde lid, van de Beleidsregel.