ECLI:NL:CBB:2019:16
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- E.R. Eggeraat
- T. Pavićević
- I.M. Ludwig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep tegen afwijzing subsidieaanvraag wegens ontbreken stimulerend effect
Appellante heeft twee subsidieaanvragen ingediend voor een project in Delfzijl gericht op de omzetting van houtachtige biomassa in suikers en lignine. Beide aanvragen zijn door verweerder afgewezen vanwege onvoldoende kwaliteit en het ontbreken van een stimulerend effect van de subsidie. Verweerder stelde dat het project ook zonder subsidie zonder belangrijke vertraging zou worden uitgevoerd, wat de afwijzing rechtvaardigt.
Appellante voerde procedurele onzorgvuldigheden aan, omdat verweerder het standpunt wijzigde zonder haar vooraf in de gelegenheid te stellen te reageren. Het College oordeelde dat dit een gebrek is in het bestreden besluit en verklaarde het beroep gegrond. Desondanks bleef het College bij de inhoudelijke beoordeling en bevestigde dat de subsidie terecht werd geweigerd op grond van het ontbreken van een stimulerend effect.
Het College nam mee dat appellante al aanzienlijke investeringen had gedaan en middelen had gereserveerd via een beursgang, waardoor het aannemelijk was dat het project ook zonder subsidie zou doorgaan. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen bleven in stand. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard wegens procedurele onzorgvuldigheid, subsidieafwijzing bevestigd, proceskosten en griffierecht vergoed.