ECLI:NL:CBB:2019:185
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek boete Meststoffenwet wegens niet-naleving bemonsteringsvoorschriften
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland waarin het beroep tegen het besluit van de minister om een bestuurlijke boete op te leggen wegens overtreding van artikel 7 van Pro de Meststoffenwet (Msw) werd afgewezen. De boete betrof een overschrijding van de gebruiksnorm voor dierlijke meststoffen, waarbij appellant zich beroept op een hogere derogatienorm vanwege het gebruik van graasdieren en stelt dat de landbouwgrond pas later in gebruik is genomen.
De rechtbank oordeelde dat de door appellant overgelegde afstandsverklaringen geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden vormden, omdat deze vóór het oorspronkelijke besluit hadden kunnen worden ingebracht. Ook het beroep op opgewekt vertrouwen en erkenning van onrechtmatigheid door de minister werd verworpen. Het College volgt dit oordeel en stelt dat appellant wisselende verklaringen heeft afgelegd en objectieve gegevens ontbreken die het latere gebruik ondersteunen.
Het College benadrukt dat het bestuursorgaan bevoegd is om een herzieningsverzoek af te wijzen indien geen nieuwe feiten of omstandigheden worden aangevoerd, mits dit zorgvuldig en gemotiveerd gebeurt. De minister heeft dit beleid correct toegepast. Het verzoek om herziening wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de minister blijft bevoegd om de boete op grond van de Meststoffenwet te handhaven.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het herzieningsverzoek bevestigd.