ECLI:NL:CBB:2019:186
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen afwijzing herziening randvoorwaardenkorting Meststoffenwet 2012
Appellant had bij besluit van 4 juni 2015 een randvoorwaardenkorting van 3% opgelegd gekregen wegens het niet naleven van de Meststoffenwet (Msw) in 2012. Hij verzocht om herziening van deze korting, maar dit verzoek werd bij besluiten van 24 december 2015 en 2 februari 2016 afgewezen en gehandhaafd. Appellant stelde dat er sprake was van onjuiste vaststelling van de overtreding en dat er sprake was van opgewekt vertrouwen en erkenning van onrechtmatigheid door verweerder.
Het College overwoog dat het bestuursorgaan bevoegd is om een herhaalde aanvraag of verzoek om terug te komen van een besluit inhoudelijk te behandelen, ook zonder nieuwe feiten of omstandigheden. Het bestuursorgaan kan er ook voor kiezen de aanvraag af te wijzen onder verwijzing naar het eerdere besluit, mits dit zorgvuldig en gemotiveerd gebeurt. Het College volgde de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
In deze zaak was het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om herziening van de bestuurlijke boete wegens overtreding van artikel 7 Msw Pro ook ongegrond verklaard door de rechtbank, en dit oordeel werd bevestigd. Appellant had geen nieuwe beroepsgronden aangevoerd die het besluit evident onredelijk zouden maken.
Daarom verklaarde het College het beroep ongegrond en wees het verzoek om proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestreden besluit tot afwijzing van de herziening van de randvoorwaardenkorting wordt ongegrond verklaard.