ECLI:NL:CBB:2019:199
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen generieke korting fosfaatrechten wegens onbruikbaar grondmonster als bewijs
Appellante, een maatschap, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin een generieke korting op haar fosfaatrechten werd toegepast wegens vermeende niet-grondgebondenheid.
De minister baseerde zich op een te hoge PAL-waarde voor perceel 32, waarbij appellante bewijs aanvoerde in de vorm van analyseverslagen van drie grondmonsters uit maart 2014. Het College stelde vast dat één van deze monsters afkomstig was van een perceel dat niet tot het bedrijf van appellante behoort, waardoor de analyse onbruikbaar is als bewijs.
Op grond van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet geldt een generieke korting van 8,3%, tenzij wordt bewezen dat de mestproductie lager was dan de fosfaatruimte. Aangezien appellante niet slaagde in het bewijs dat perceel 32 in een lagere fosfaatklasse valt, werd het beroep ongegrond verklaard.
Het College zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door mr. R.C. Stam op 14 mei 2019.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard vanwege onbruikbaarheid van het bewijs door een grondmonster van een perceel van een derde.