ECLI:NL:CBB:2019:283
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op knelgevallenregeling fosfaatrecht na BVD-uitbraak melkveehouderij
Appellante, een melkveehouderij, kreeg het fosfaatrecht vastgesteld op basis van de aanwezige dieren op de peildatum 2 juli 2015, waarbij rekening werd gehouden met een uitbraak van Bovine Virus Diarree (BVD) in 2014. Zij vorderde extra fosfaatrechten op grond van artikel 23, zesde lid, van de Meststoffenwet (Msw), omdat haar geplande bedrijfsgroei door de dierziekte was gestagneerd.
Verweerder stelde dat de knelgevallenregeling niet bedoeld is voor niet gerealiseerde uitbreidingsplannen en verwees naar eerdere uitspraken waarin werd bepaald dat alleen de situatie op het moment van de dierziekte en op de peildatum vergeleken moet worden. Het College bevestigde dit standpunt en benadrukte dat de wetgever geen toekomstige uitbreidingen wil meenemen in de vaststelling van het fosfaatrecht.
Het College concludeerde dat verweerder de knelgevallenregeling correct heeft toegepast en dat het beroep van appellante ongegrond is. Ook werd geen sprake geacht van strijd met het motiverings- of zorgvuldigheidsbeginsel, noch was er aanleiding tot toetsing aan het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Het beroep werd afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het besluit over het fosfaatrecht wordt ongegrond verklaard.