ECLI:NL:CBB:2019:31
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Pavićević
- Rechtspraak.nl
Afwijzing toekenning en uitbetaling betalingsrechten jonge landbouwer uit Nationale Reserve
Appellante, een vennootschap onder firma, verzocht om toekenning en uitbetaling van betalingsrechten voor jonge landbouwers uit de Nationale Reserve voor het jaar 2016. Verweerder wees deze aanvragen af omdat de jonge landbouwer reeds sinds 31 december 2009 over daadwerkelijke langdurige zeggenschap beschikte en niet voldeed aan de voorwaarden voor jonge landbouwer.
Appellante voerde in beroep aan dat de jonge landbouwer niet over daadwerkelijke langdurige zeggenschap beschikte vóór 1 januari 2016 en dat hij meer dan 24 uur per week werkzaamheden verrichtte in een andere onderneming, waardoor de uitzondering op de termijn van vijf jaar van toepassing zou zijn. Tevens stelde zij dat de jonge landbouwer geen voortzettingsrecht had.
Het College oordeelde dat de jonge landbouwer vanaf 31 december 2009 blokkerende zeggenschap had en dat de v.o.f. werd voortgezet als eenmanszaak. De stelling dat de jonge landbouwer geen voortzettingsrecht had werd verworpen. Daarnaast was appellante er niet in geslaagd aannemelijk te maken dat de jonge landbouwer meer dan 24 uur per week betaalde werkzaamheden in een andere onderneming verrichtte. De facturen waren op naam van de v.o.f. en de werkzaamheden vielen binnen één onderneming met meerdere bedrijfsactiviteiten.
Daarom kon de jonge landbouwer in 2016 niet als jonge landbouwer worden aangemerkt en was de afwijzing van de aanvraag terecht. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van toekenning en uitbetaling van betalingsrechten voor jonge landbouwers werd ongegrond verklaard.