ECLI:NL:CBB:2019:333
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vaststelling fosfaatrecht op grond van knelgevallenregeling Meststoffenwet
Appellante maakte bezwaar tegen de vaststelling van haar fosfaatrecht door verweerder op basis van de Meststoffenwet, waarbij zij verzocht rekening te houden met het effect van een uitbraak van Bovine Virus Diarree (BVD) in september 2013. Verweerder had het fosfaatrecht berekend op basis van de feitelijke bedrijfssituatie op 2 juli 2015, waarbij de dieraantallen en melkproductie werden vergeleken met die op 1 september 2013. Dit leidde tot een verschil dat niet voldeed aan de vereiste 5%-drempel voor compensatie.
Het College overwoog dat de knelgevallenregeling volgens vaste jurisprudentie niet voorziet in compensatie voor niet gerealiseerde uitbreidingen of stagnaties die niet zijn terug te voeren op de situatie op de peildatum. Dit sluit aan bij de bedoeling van de wetgever om toekomstige ontwikkelingen buiten beschouwing te laten. Appellante had ook niet betoogd dat sprake was van een individuele en buitensporige last in de zin van artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het College bevestigde hiermee de juiste toepassing van de knelgevallenregeling en het beleid van het ministerie bij de vaststelling van het fosfaatrecht.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot vaststelling van het fosfaatrecht wordt ongegrond verklaard.