ECLI:NL:CBB:2019:335
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fosfaatrechtverhoging op grond van ziekte vennoot en knelgevallenregeling Meststoffenwet
Appellante exploiteert een veehouderij en maakte bezwaar tegen het primaire besluit waarbij het fosfaatrecht was vastgesteld. Verweerder verhoogde het fosfaatrecht met toepassing van artikel 23, zesde lid, van de Meststoffenwet vanwege de arbeidsongeschiktheid van een vennoot sinds 24 februari 2012.
Appellante stelde dat rekening gehouden had moeten worden met de verwachte groei van de veestapel, die groter zou zijn geweest zonder de ziekte van de vennoot. Het College overwoog dat de knelgevallenregeling enkel ziet op de situatie zonder buitengewone omstandigheden en dat niet gerealiseerde uitbreidingsplannen niet in aanmerking worden genomen. Dit is in lijn met de bedoeling van de wetgever.
Het beroep faalt derhalve en het College verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de verhoging van het fosfaatrecht wordt ongegrond verklaard.