ECLI:NL:CBB:2019:345
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Randvoorwaardenkorting GLB wegens ontbrekende oormerken en onvoldoende mestopslagruimte bevestigd
Appellante kreeg een randvoorwaardenkorting van 4% opgelegd door verweerder op grond van twee niet-nalevingen geconstateerd door de NVWA: het ontbreken van oormerken bij 30 runderen en onvoldoende opslagcapaciteit voor vaste mest op het bedrijf.
Appellante betwistte alleen de tweede niet-naleving, stellende dat de opslagcapaciteit voldoende was. Het College oordeelde dat verweerder terecht uitging van een vereiste opslagcapaciteit van 263 m3, berekend volgens de geldende regelgeving, en dat de feitelijke opslagcapaciteit van 105 m3 onvoldoende was. De opslag op de kopakker werd niet als opslagruimte meegeteld omdat deze niet voldeed aan de milieuregels.
Verder stelde appellante dat verweerder in plaats van een korting een waarschuwing had moeten geven. Het College verwierp dit omdat de overtredingen niet van gering belang waren en de omvang van de oormerkenoverschrijding de grens voor een waarschuwing overschreed.
Het beroep werd ongegrond verklaard. Het College bevestigde de randvoorwaardenkorting van 4%, bestaande uit 1% voor de oormerken en 3% voor de mestopslagcapaciteit. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de randvoorwaardenkorting van 4% wordt ongegrond verklaard.