Appellant voerde dat hij recht had op een verhoging van zijn fosfaatrecht op grond van artikel 23, zesde lid, van de Meststoffenwet vanwege diergezondheidsproblemen die van 2011 tot medio 2016 de melkproductie op zijn bedrijf negatief beïnvloedden. Verweerder had het fosfaatrecht vastgesteld op basis van de dieraantallen en melkproductie van 2011 en 2015, waarbij verweerder het bezwaar van appellant ongegrond verklaarde.
Het College oordeelde dat de keuze van verweerder om voor de melkproductiecijfers uit te gaan van 2011 niet onjuist was, omdat die cijfers het meest gunstig waren voor appellant. Echter, voor de dieraantallen was het niet juist om af te wijken van de peildatum 2015, aangezien de dierziekte geen invloed had op de dieraantallen. Hierdoor was de knelgevallenregeling niet correct toegepast.
Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan appellant.