ECLI:NL:CBB:2019:566
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking communautaire vergunning beroepsgoederenvervoer
Verzoekster, een onderneming in beroepsgoederenvervoer, heeft bezwaar gemaakt tegen de intrekking van haar communautaire vergunning door verweerder en verzocht om een voorlopige voorziening om de intrekking te schorsen. Zij stelde dat zonder de vergunning veel opdrachten niet uitgevoerd kunnen worden, haar chauffeurs werkloos worden en faillissement dreigt.
De voorzieningenrechter heeft verzoekster in de gelegenheid gesteld haar spoedeisend belang nader te onderbouwen met onder meer huurovereenkomsten van voertuigen. Verzoekster overhandigde stukken met rittenstaten, facturen en loonbetalingen, maar leverde geen bewijs van daadwerkelijke huur of beschikking over de voertuigen.
Verweerder betwistte het spoedeisend belang en stelde dat verzoekster geen voertuigen bezit of huurt waarmee vergunningplichtig vervoer wordt verricht. De rechter concludeerde dat verzoekster onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij daadwerkelijk over de voertuigen beschikt en dat haar bedrijfsvoering ondoorzichtig is.
Daarmee is het spoedeisend belang niet vastgesteld en is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Proceskostenveroordeling is niet opgelegd omdat het verzoek niet kennelijk onredelijk was.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de communautaire vergunning is afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.