ECLI:NL:CBB:2019:58
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen boete en aanwijzing Wwft wegens cliëntenonderzoek en melding ongebruikelijke transacties
Appellante, een belastingadvieskantoor, werd door het Bureau Financieel Toezicht (BFT) onderzocht op naleving van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). BFT stelde dat appellante onvoldoende cliëntenonderzoek had verricht en ongebruikelijke transacties niet had gemeld, wat leidde tot een aanwijzing en een bestuurlijke boete.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de boete en aanwijzing. Appellante ging hiertegen in hoger beroep bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Het College oordeelde dat appellante in 2011 de herkomst van een bedrag van € 9.000,- voldoende had onderzocht en dat er geen aanleiding was dit in 2014 opnieuw te doen. Daarnaast vond het College de verklaring van appellante over een contante betaling van € 1.250,- tussen twee cliënten aannemelijk en zag geen reden om te vermoeden dat deze betaling verband hield met witwassen.
Het College vernietigde de primaire besluiten en de uitspraak van de rechtbank, herroept de boete en aanwijzing, en veroordeelde BFT in de proceskosten van appellante. Verzoeken om schadevergoeding werden afgewezen wegens gebrek aan bijzondere omstandigheden en bewijs van gemaakte kosten.
Uitkomst: Het College verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de boete en aanwijzing van BFT en veroordeelt BFT in de proceskosten van appellante.