ECLI:NL:CBB:2019:595
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Pavićević
- Rechtspraak.nl
Beoordeling subsidiabele oppervlakte verruigde percelen in GLB-betaling 2017
In deze zaak gaat het om de beoordeling of percelen 86 en 89 van appellante als subsidiabel landbouwareaal kunnen worden aangemerkt voor de basis- en vergroeningsbetaling in het kader van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) 2017.
Verweerder had in het primaire besluit een kleinere oppervlakte subsidiabel verklaard dan door appellante opgegeven, omdat de percelen verruigd zouden zijn. Na bezwaar heeft verweerder dit besluit herroepen en het bezwaar gegrond verklaard, maar de percelen 86 en 89 alsnog afgewezen wegens verruiging die het landbouwareaal onder de 50% bracht.
Appellante voerde aan dat slechts delen van de percelen verruigd waren en dat beweiding aantoonde dat het land nog landbouwkundig in gebruik was. Het College overwoog dat op basis van luchtfoto's en ter zitting getoonde foto's de percelen voor minder dan 50% uit grasland bestonden, waardoor zij niet als subsidiabel landbouwareaal konden worden aangemerkt volgens de relevante EU-verordeningen.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard. De stelling van appellante dat beweiding plaatsvindt, doet niet af aan het feit dat de percelen niet voldoen aan het criterium van overwegend subsidiabel landbouwareaal. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om percelen met verruiging niet als subsidiabel landbouwareaal te erkennen is ongegrond verklaard.