Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 november 2019 in de zaak tussen
[naam 1] , te [plaats] , appellant
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Voorts erkent verweerder dat de Uitvoeringsregeling, meer specifiek artikel 2.10, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling, per 1 januari 2018 is gewijzigd met betrekking tot niet-landbouwactiviteiten die plaatsvinden in het kader van contracten op basis van subsidieregelingen ANLb. Deze wijziging van de Uitvoeringsregeling kan naar de mening van verweerder echter niet worden aangemerkt als enkel een verduidelijking van de ten tijde van de aanvraag van appellant geldende bepaling. Verweerder stelt dat er derhalve bij de toetsing van de aanvraag van appellant terecht is uitgegaan van het toetsingskader zoals dat gold ten tijde van de aanvraag van appellant (ex tunc). Er is sprake van een bijzondere omstandigheid op grond waarvan afgeweken moet worden van het uitgangspunt dat dient te worden uitgegaan van het toetsingskader zoals dat gold ten tijde van het nemen van de beslissing op bezwaar (ex nunc), aldus verweerder.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 170,- aan appellant te vergoeden.