ECLI:NL:CBB:2019:606
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling fosfaatrecht na afvoer melkkoeien ongegrond verklaard
Appellant exploiteert een melkveehouderij en hield op de peildatum 2 juli 2015 33 melkkoeien en 26 stuks jongvee. Kort voor deze datum heeft appellant vier melkkoeien afgevoerd, waardoor hij naar eigen zeggen 14% minder dieren hield dan in voorgaande jaren. Verweerder stelde het fosfaatrecht vast op 1.557 kg, gebaseerd op het aantal melkvee op de peildatum.
Appellant verzocht om omzetting van varkensrechten naar fosfaatrechten, maar dit is niet mogelijk zolang de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 33Aa van de Meststoffenwet, niet is vastgesteld. Het College bevestigt dat er geen verplichting is om deze maatregel op te stellen gezien de beperkte ruimte binnen de derogatie- en sectorale mestproductieplafonds.
Voorts betoogde appellant dat het fosfaatrechtenstelsel hem disproportioneel belast vanwege de lagere dierenstand op de peildatum. Het College oordeelt dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het financiële nadeel van ruim € 16.000 ingrijpende gevolgen heeft, mede omdat concrete vergelijkingen met voorgaande jaren en jongvee ontbreken.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het vastgestelde fosfaatrecht wordt ongegrond verklaard.