ECLI:NL:CBB:2019:645
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.L. van der Beek
- E.R. Eggeraat
- J.H. de Wildt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling individuele en buitensporige last bij vaststelling melkveefosfaatreferentie onder Wvgm
Het geschil betreft de vaststelling van de melkveefosfaatreferentie (MVFR) van appellante onder de Wet verantwoorde groei melkveehouderij (Wvgm). Verweerder stelde de MVFR vast op 630 kg fosfaat en wees het bezwaar van appellante af. Het College vernietigde eerder een besluit wegens onvoldoende motivering en verplichtte een nieuwe beoordeling met inachtneming van individuele omstandigheden.
Appellante voerde aan dat haar lopende bedrijfsuitbreiding en de daarmee samenhangende investeringen vóór de referentiedatum van 12 december 2013 een individuele en buitensporige last opleveren. Verweerder stelde dat investeringen en vergunningen na deze datum zijn aangegaan en dat gemaakte kosten tot het ondernemersrisico behoren.
Het College concludeert dat appellante niet heeft aangetoond dat zij vóór 12 december 2013 onomkeerbare verplichtingen was aangegaan die een individuele en buitensporige last vormen. Ook werd vertraging in het vergunningentraject als ondernemersrisico beschouwd. De grondgebondenheidseis is niet relevant voor de MVFR. Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de vaststelling van de MVFR niet in strijd is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM en artikel 17 van Pro het Handvest van de EU.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de vaststelling van de melkveefosfaatreferentie wordt ongegrond verklaard.