ECLI:NL:CBB:2019:646
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.L. van der Beek
- E.R. Eggeraat
- J.H. de Wildt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling individuele en buitensporige last bij vaststelling melkveefosfaatreferentie onder de Wet verantwoorde groei melkveehouderij
Appellante betoogde dat de vastgestelde melkveefosfaatreferentie (MVFR) van 638 kg fosfaat een individuele en buitensporige last voor haar oplevert vanwege lopende bedrijfsuitbreiding en gemaakte investeringen. Verweerder stelde dat op 12 december 2013, de referentiedatum, nog geen onomkeerbare verplichtingen waren aangegaan en dat de gemaakte kosten binnen het ondernemersrisico vallen.
Het College overwoog dat de Wet verantwoorde groei melkveehouderij (Wvgm) een inbreuk vormt op het eigendomsrecht, maar dat deze inbreuk proportioneel is. Het College benadrukte dat voor het aannemen van een individuele en buitensporige last hoge eisen gelden en dat appellante niet voldoende heeft aangetoond dat haar situatie afwijkt van andere melkveehouders.
Verder werd geoordeeld dat vertragingen in het vergunningentraject en noodzakelijke vervanging van verouderde stallen ondernemersrisico's zijn. Ook werd vastgesteld dat de grondgebondenheidsregelgeving niet relevant is voor de MVFR. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de vaststelling van de melkveefosfaatreferentie wordt ongegrond verklaard.