ECLI:NL:CBB:2019:649
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.C. Stam
- T. Pavićević
- I.M. Ludwig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van intrekking taxxxivergunning wegens niet-aansluiting bij toegelaten taxiorganisatie
Appellant, werkzaam als taxichauffeur, zag zijn taxxxivergunning ingetrokken nadat zijn aansluiting bij Taxicentrale Amsterdam BV, een toegelaten taxiorganisatie (TTO), werd beëindigd. Verweerder baseerde de intrekking op artikel 2.12 van de Taxiverordening Amsterdam 2012 en artikel 82b van de Wet personenvervoer 2000 (Wp2000), die het TTO-systeem regelt.
Appellant voerde aan dat het TTO-systeem in strijd is met artikel 11 van Pro het EVRM (vrijheid van vereniging) en dat er onvoldoende alternatieven waren onderzocht. Tevens stelde hij dat het besluit in strijd is met artikel 6 EVRM Pro vanwege onvoldoende rechtsbescherming en dat de beëindiging van de TTO-overeenkomst ongeldig was verklaard.
Het College oordeelde dat het TTO-systeem binnen het toepassingsbereik van artikel 11 EVRM Pro valt, maar dat de beperking van de negatieve vrijheid van vereniging gerechtvaardigd is vanwege de aard en omvang van de Amsterdamse taximarkt en de problemen die zich voordeden. Het College verwierp het beroep wegens gebrek aan schending van artikel 6 EVRM Pro en omdat de ongeldigverklaring van de TTO-overeenkomst na het bestreden besluit viel.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de taxxxivergunning wordt ongegrond verklaard.