ECLI:NL:CBB:2019:671
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroepschrift te laat ingediend tegen inschrijving bestuurder in handelsregister
Appellant maakte bezwaar tegen de inschrijving van mevrouw als bestuurder van een B.V. in het handelsregister. Na afwijzing van het bezwaar door verweerster, stelde appellant beroep in bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Het beroepschrift werd echter na het verstrijken van de wettelijke termijn van zes weken ingediend.
Het College onderzocht of appellant redelijkerwijs niet in verzuim was geweest, maar oordeelde dat appellant zelf verantwoordelijk was voor het tijdig instellen van beroep en dat het niet tijdig kunnen onderbouwen van de beroepsgronden niet als geldige reden kan gelden. Daarnaast werd het beroep niet geacht gericht te zijn tegen de e-mail van verweerster, die mogelijk als primair besluit kon worden gezien.
Het College verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door mr. H.S.J. Albers namens het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 10 december 2019.
Uitkomst: Het beroep van appellant werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.