ECLI:NL:CBB:2019:697
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op knelgevallenregeling fosfaatrechten bij verbouwing melkveebedrijf
Appellante, een melkveehouder, verkocht in 2014 haar oude bedrijf en kocht een nieuw melkveebedrijf aan waar op dat moment 137 dieren stonden, die zij niet heeft overgenomen vanwege verbouwingswerkzaamheden. Op de peildatum 2 juli 2015 hield zij 117 melk- en kalfkoeien en 106 jongvee. Verweerder stelde het fosfaatrecht vast op basis van de aantallen op de peildatum en wees het beroep op de knelgevallenregeling af omdat de uitbreiding na de peildatum plaatsvond.
Appellante stelde dat zonder de verbouwing zij de 137 dieren had overgenomen, wat tot een hoger fosfaatrecht zou leiden. Verweerder verwees naar eerdere meldingen waaruit bleek dat de stal deels gereed was vóór de peildatum, en maakte een vergelijking met alternatieve peildata waarop appellante niet voldeed aan de 5%-drempel van de knelgevallenregeling.
Het College oordeelde dat verweerder de knelgevallenregeling correct toepaste door uit te gaan van een alternatieve peildatum vóór de peildatum en geen rekening te houden met niet gerealiseerde uitbreidingsplannen. Omdat appellante de 137 dieren nooit heeft gehouden, werden deze terecht niet meegenomen. Ook het beroep op het eigendomsrecht faalde wegens gebrek aan tijdige onderbouwing van de financiële impact.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak werd gedaan door mr. T.L. Fernig-Rocour op 17 december 2019.
Uitkomst: Het beroep op de knelgevallenregeling wordt afgewezen en het bestreden besluit gehandhaafd.