Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Landbouw inzake de subsidiabele oppervlakte van perceel 39, waarop een natuurtype en gewascode van natuurlijk grasland van toepassing zijn. Verweerder had de subsidiabele oppervlakte aanvankelijk op 0,0 hectare vastgesteld, later op 7,86 hectare, waarbij een groot deel van het perceel werd afgekeurd als landbouwgrond.
Het NVWA-rapport toonde aan dat het perceel begraasd werd door paarden en dat er verschillende grassoorten aanwezig waren, met paden en begrazingspatronen die wijzen op landbouwgebruik. Verweerder had echter onvoldoende gemotiveerd waarom het grootste deel van het perceel niet subsidiabel zou zijn en hield onvoldoende rekening met het inspectierapport.
Het College oordeelde dat verweerder ten onrechte het NVWA-rapport niet volledig heeft meegewogen en onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het grootste deel van het perceel niet als landbouwgrond wordt aangemerkt. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.