ECLI:NL:CBB:2019:74
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing uitbetaling betalingsrechten 2016 en 2017 wegens niet-inschrijving eenmanszaak in handelsregister
Appellant verzocht om uitbetaling van basis- en vergroeningsbetalingen voor 2016 en 2017 op grond van het GLB. De Minister wees deze aanvragen af omdat appellant op de peildata niet als landbouwer of landbouwbedrijf was ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel (KvK). Appellant was wel maat in een maatschap die wel in het handelsregister stond ingeschreven, maar de aanvragen waren gedaan op naam van de eenmanszaak.
Appellant voerde aan dat hij in 2015 onder vergelijkbare omstandigheden wel betalingsrechten had ontvangen en dat er geen wijziging was opgetreden. Verweerder stelde dat voor uitbetaling vereist is dat de eenmanszaak als agrarisch ondernemer bij de KvK staat ingeschreven en dat appellant geen melding van bedrijfsoverdracht had gedaan.
Het College oordeelde dat op grond van artikel 9 lid 3 van Pro Verordening 1307/2013 en artikel 2.3 lid 3 van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen niet worden toegekend aan landbouwers die niet uiterlijk op 15 mei van het jaar van aanvraag zijn ingeschreven in het handelsregister onder een landbouwactiviteit. Omdat de eenmanszaak van appellant niet was ingeschreven, was de afwijzing terecht.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard en de afwijzing van de uitbetaling van betalingsrechten voor 2016 en 2017 wordt bevestigd.