ECLI:NL:CBB:2020:1027
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen vaststelling fosfaatrecht wegens onvoldoende individuele en buitensporige last
Appellant exploiteerde een gemengd landbouwbedrijf met rosékalveren en melkvee, maar schakelde per 2020 volledig over op melkvee. Verweerder stelde het fosfaatrecht vast op basis van de dieraantallen op 2 juli 2015, met een verhoging via de knelgevallenregeling. Appellant voerde aan dat het fosfaatrechtenstelsel een individuele en buitensporige last oplegt vanwege investeringen in uitbreiding en onvoorziene omstandigheden zoals ziekte en salmonellabesmetting.
Het College overwoog dat niet elke investering en het daarmee samenhangende vermogensverlies automatisch een buitensporige last vormt. Van belang is of de investeringen navolgbaar waren, of er vergunningen waren op de peildatum, en of de ondernemer rekening had kunnen houden met de afschaffing van het melkquotum en de gevolgen daarvan. Appellant had niet aannemelijk gemaakt dat hij op de peildatum beschikte over de benodigde vergunningen en had onvoldoende onderbouwd dat de investeringen noodzakelijk waren.
Het College concludeerde dat appellant de ondernemersrisico's zelf draagt en dat de bescherming van milieu en volksgezondheid zwaarder weegt dan de belangen van appellant. Het beroep is daarom ongegrond verklaard. Tevens is vastgesteld dat een administratieve correctie in het aantal melkkoeien geen invloed heeft op de uitkomst.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft gehandhaafd.