Appellante heeft een aanvraag ingediend voor de basisbetaling, vergroeningsbetaling en extra betaling jonge landbouwers voor 2017, waarbij zij het ecologisch aandachtsgebied wilde inrichten met vanggewassen op drie percelen. Verweerder heeft echter slechts een deel van de oppervlakte in aanmerking genomen omdat appellante volgens hem niet voldeed aan de voorwaarden: er was slechts één soort vanggewas ingezaaid en de inzaaidatum was te laat.
Appellante stelde in beroep dat zij een mengsel van twee soorten vanggewassen had gebruikt en dat zij tijdig had ingezaaid, namelijk op 28 en 29 september 2017. Zij voerde aan dat het zaad door droogte later was ontkiemd en overhandigde foto’s ter onderbouwing.
Het College oordeelde dat verweerder terecht mocht uitgaan van het teledetectierapport en satellietbeelden die aantoonden dat de inzaai niet vóór 1 oktober 2017 had plaatsgevonden. De stelling van appellante over latere ontkieming door droogte werd weerlegd met neerslaggegevens. De foto’s van appellante waren onvoldoende bewijs voor tijdige inzaai.
Daarmee voldeed appellante niet aan de voorwaarden voor het ecologisch aandachtsgebied en was de weigering van de vergroeningsbetaling terecht. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.