ECLI:NL:CBB:2020:148
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep op knelgevallenregeling bij fosfaatrecht vanwege verminderde vruchtbaarheid stier
Appellante exploiteert een extensieve veehouderij en voerde aan dat het fosfaatrecht onjuist was vastgesteld vanwege verminderde vruchtbaarheid van een stier in 2012, wat leidde tot een lager aantal tweejarige vaarzen op de peildatum 2 juli 2015. Verweerder had het fosfaatrecht vastgesteld zonder rekening te houden met deze bijzondere omstandigheden en had de knelgevallenregeling niet toegepast.
Het College oordeelde dat appellante voldoende overtuigend had bewezen dat de stier in 2012 verminderd vruchtbaar of onvruchtbaar was, mede op basis van een verklaring van de dierenarts als partijdeskundige. Verweerder bracht geen tegenbewijs in. Hierdoor kwalificeerde de situatie als een diergezondheidsprobleem in de zin van de knelgevallenregeling.
Het beroep tegen eerdere besluiten werd niet-ontvankelijk verklaard omdat appellante geen belang meer had bij die besluiten. Het beroep tegen het vervangingsbesluit werd gegrond verklaard. Het College vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak, waarbij een vergelijking moet worden gemaakt tussen de peildatum en de alternatieve peildatum van 16 juli 2012.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van appellante. De uitspraak werd gedaan door mr. R.C. Stam en griffier mr. F. Willems op 10 maart 2020.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met toepassing van de knelgevallenregeling.