ECLI:NL:CBB:2020:151
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Onjuiste afwijzing ecologisch aandachtsgebied bij basis- en vergroeningsbetaling
Appellant diende een gecombineerde opgave in voor basis- en vergroeningsbetaling 2017. Verweerder stelde vast dat enkele percelen niet als ecologisch aandachtsgebied konden worden beschouwd omdat er geen zichtbare bodembedekking door vanggewas was, waardoor de oppervlakte voor de vergroeningsbetaling werd verminderd.
Appellant voerde aan dat hij voldoende zaaizaad had gebruikt en dat de voorwaarde van zichtbare bodembedekking niet cumulatief is, maar een alternatief. Tevens stelde hij dat overmacht door natte herfst en vraatschade door ganzen de slechte opkomst verklaart.
Het College oordeelde dat de wettelijke regeling inderdaad twee alternatieven kent: het gebruik van voldoende zaaizaad of het zorgen voor zichtbare bodembedekking. Aangezien appellant de aanbevolen hoeveelheid zaaizaad gebruikte, voldeed hij aan de voorwaarden. Ook was het vanggewas aanwezig, ondanks beperkte zichtbaarheid.
Daarom was het besluit van verweerder onjuist en werd het vernietigd. Verweerder moet binnen acht weken opnieuw beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit is vernietigd en verweerder moet opnieuw beslissen met inachtneming van de juiste uitleg van de voorwaarden voor ecologisch aandachtsgebied.