ECLI:NL:CBB:2020:223
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fosfaatrechten en knelgevallenregeling bij melkveebedrijf
Appellante exploiteerde een melkveebedrijf en legpluimveebedrijf en voerde beroep aan tegen het vastgestelde fosfaatrecht, stellende dat verweerder ten onrechte niet van de vergunde dieraantallen was uitgegaan. Verweerder had het fosfaatrecht vastgesteld op basis van daadwerkelijk gehouden dieren op de peildatum, conform artikel 23 van Pro de Meststoffenwet en jurisprudentie.
Het College bevestigde dat de knelgevallenregeling correct was toegepast en dat niet werd gekeken naar latente stalruimte of vergunde aantallen die niet werden benut. Appellante kon niet aantonen dat de last door het fosfaatrechtenstelsel buitensporig was, mede omdat zij zelf de risico’s van haar investeringsbeslissingen draagt en geen bedrijfseconomische noodzaak voor uitbreiding aannemelijk maakte.
Het beroep werd ongegrond verklaard, maar verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten. Het gebrek aan motivering in het bestreden besluit werd gepasseerd omdat dit appellante niet benadeelde.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het vastgestelde fosfaatrecht wordt ongegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.