Appellant kocht een leegstaande boerderij met een bestaande Hinderwetvergunning en startte vervolgens een melkveebedrijf. Verweerder stelde het fosfaatrecht vast op basis van de dierenaantallen op de peildatum 2 juli 2015. Appellant voerde aan dat hij als nieuw gestart bedrijf moest worden aangemerkt en dat de knelgevallenregeling moest worden toegepast vanwege bouwwerkzaamheden en investeringen.
Het College oordeelde dat appellant geen nieuw gestart bedrijf is omdat hij de boerderij met vergunning heeft gekocht en de melding alleen betrekking had op tenaamstelling. De knelgevallenregeling faalt omdat appellant niet voldoet aan de 5%-drempel en de melkveestapel van de vorige eigenaar niet mag worden meegeteld. Ook is onvoldoende onderbouwd dat het fosfaatrechtenstelsel een individuele en buitensporige last oplegt.
Hoewel het bestreden besluit aanvankelijk onvoldoende was gemotiveerd, is dit gebrek gepasseerd omdat appellant hierdoor niet is benadeeld. Het beroep wordt ongegrond verklaard. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant, inclusief vergoeding van het griffierecht.