ECLI:NL:CBB:2020:241
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing knelgevallenregeling bij fosfaatrecht vaststelling
Appellante, een melkveehouderij, voerde beroep aan tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin het fosfaatrecht voor haar bedrijf werd vastgesteld. Zij stelde dat vanwege bouwwerkzaamheden en ziekte van een van de maten de knelgevallenregeling toegepast had moeten worden, omdat hierdoor minder dieren op de peildatum aanwezig waren dan zonder deze omstandigheden.
Het primaire besluit stelde het fosfaatrecht vast op basis van de dierenaantallen op de peildatum, waarbij een generieke korting werd toegepast. Appellante betoogde dat de fosfaatproductie ook berekend moest worden op basis van het aantal dieren dat zij zou hebben gehad zonder de buitengewone omstandigheden, waaronder de bouwwerkzaamheden en arbeidsongeschiktheid.
Het College oordeelde dat bij de toepassing van de knelgevallenregeling geen rekening wordt gehouden met niet gerealiseerde uitbreidingsplannen. De vergelijking wordt gemaakt tussen de bedrijfssituatie op het moment van het intreden van de buitengewone omstandigheid en de situatie op de peildatum. Aangezien de beoogde groei nog niet was gerealiseerd, was de toepassing van de regeling door verweerder juist en faalde het beroep van appellante.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het besluit tot vaststelling van het fosfaatrecht wordt ongegrond verklaard.