Appellante exploiteert een melkveebedrijf en heeft op grond van de Regeling fosfaatreductieplan 2017 een heffing opgelegd gekregen wegens overschrijding van het referentieaantal melkvee op de peildatum 2 juli 2015. Appellante heeft een verzoek ingediend om het referentieaantal te bepalen op basis van het aantal runderen vóór intreding van diergezondheidsproblemen, namelijk een rotavirusuitbraak in augustus 2013, met het oog op een knelgevalregeling.
Verweerder heeft het bezwaar van appellante ongegrond verklaard omdat niet is voldaan aan de vereiste 5%-daling van het referentieaantal runderen ten opzichte van alternatieve peildata. Appellante betoogt dat verweerder onjuist heeft gehandeld door niet uit te gaan van de peildatum 2 juli 2015 en dat de dierziekte op die datum een lagere GVE zou betekenen.
Het College oordeelt dat verweerder terecht is uitgegaan van de door appellante opgegeven datum van intrede van de bijzondere omstandigheid en dat de Regeling geen ruimte biedt voor rekening houden met beoogde maar niet gerealiseerde groei van de veestapel. De situatie van appellante voldoet niet aan de 5%-daling en kan daarom niet als knelgeval worden aangemerkt. Het beroep wordt ongegrond verklaard.