ECLI:NL:CBB:2020:257
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen heffing op grond van de Regeling Fosfaatreductieplan 2017
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de appellant, een melkveehouder, beroep ingesteld tegen een door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit opgelegde heffing op grond van de Regeling Fosfaatreductieplan 2017. De heffing betrof een hoge geldsom van € 2.088,- voor periode 2, omdat het gemiddeld aantal runderen op het bedrijf hoger was dan het doelstellingsaantal.
De Regeling heeft tot doel de fosfaatproductie te beperken door melkveehouders te verplichten hun veestapel in vijf periodes te reduceren tot een referentieaantal, met heffingen bij overschrijding. De appellant voerde aan dat hij op advies van zijn adviseur enkele melkkoeien had afgevoerd en niet wist dat hij nog teveel runderen hield. Het College stelde vast dat de gegevens waarop de heffing was gebaseerd niet waren bestreden en dat de onjuiste advisering voor rekening van appellant komt.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard. De uitspraak is gedaan door het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 14 april 2020. De voorzitter en griffier waren verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de opgelegde hoge geldsom wordt ongegrond verklaard.