ECLI:NL:CBB:2020:282
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.L. van der Beek
- T. Pavićević
- D. Brugman
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen berekening graasdierpremie en graslandcorrectie in GLB 2017
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de wijze waarop de minister de graasdierpremie voor 2017 heeft berekend, met name tegen de toepassing van de graslandcorrectie waarbij het aantal subsidiabele hectares grasland in aanmerking werd genomen in plaats van alleen de hectares waarvoor betalingsrechten waren toegekend.
Het College overweegt dat de regeling gebaseerd is op Europese regelgeving en dat de correctie op het aantal dieren die in aanmerking komen voor de premie terecht is toegepast op het totale subsidiabele grasland dat bij het bedrijf behoort, ongeacht of voor alle hectares betalingsrechten zijn toegekend. De toelichting bij de Uitvoeringsregeling bevestigt deze uitleg.
Daarnaast is ingegaan op een audit van de Europese Commissie die kritiek uitte op de uitvoering van de graasdierpremie, wat heeft geleid tot aanpassingen vanaf 2019. Deze aanpassingen hebben echter geen terugwerkende kracht en betreffen niet de situatie van appellant.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het besluit van de minister blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de berekening van de graasdierpremie 2017 wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister blijft in stand.