ECLI:NL:CBB:2020:287
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening onherroepelijk besluit toewijzing betalingsrechten GLB 2015
Appellant diende in 2015 een Gecombineerde opgave in voor toewijzing van betalingsrechten en uitbetaling van basis- en vergroeningsbetaling, welke aanvraag door verweerder werd afgewezen wegens te late indiening. Dit besluit werd onherroepelijk omdat appellant geen rechtsmiddelen had aangewend.
In 2018 verzocht appellant om herziening van het besluit, stellende dat zijn bezwaar niet was ontvangen en dat hij aanvankelijk niet wist dat het nieuwe landbouwbeleid op hem van toepassing was. Verweerder wees het verzoek af omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren en het eerdere besluit onherroepelijk was.
Het College overwoog dat het bestuursorgaan bevoegd is om een verzoek tot terugkomen van een onherroepelijk besluit te behandelen, maar dit kan afwijzen indien geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden worden gesteld die tot een ander besluit kunnen leiden. Het niet ontvangen van het bezwaarschrift en de onbekendheid met regelgeving zijn geen nieuwe feiten.
Het beroep van appellant werd ongegrond verklaard omdat zijn financiële belangen en de niet-ontvangen bezwaarbrief onvoldoende zwaarwegend zijn om rechtszekerheid te doorbreken. Er zijn geen bijzondere omstandigheden gesteld die een heroverweging rechtvaardigen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en de uitspraak werd gedaan door mr. H.L. van der Beek op 21 april 2020.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om niet terug te komen op het onherroepelijke besluit van 7 april 2016 wordt ongegrond verklaard.