ECLI:NL:CBB:2020:294
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op knelgevallenregeling en startersregeling fosfaatrechten
Appellante heeft op 6 februari 2018 een verzoek ingediend om fosfaatrechten vast te stellen voor haar melkveehouderijbedrijf, met een melding bijzondere omstandigheden. De minister wees dit verzoek af en stelde het aantal fosfaatrechten op nul kilogram vast. Appellante beriep zich op de knelgevallenregeling en startersregeling, stellende dat de veestapel ernstige gezondheidsproblemen had en het bedrijf op de peildatum feitelijk leeg was, waardoor sprake zou zijn van een nieuw gestart bedrijf.
De minister wees het beroep af omdat appellante wist van de gezondheidsproblemen bij aankoop en het risico van de aankoop voor haar rekening komt. Daarnaast was er geen sprake van een nieuw startend bedrijf, aangezien zij een bestaand bedrijf had overgenomen en voortgezet. Appellante had geen alternatieve peildatum opgegeven en op de datum van levering waren geen dieren geregistreerd.
Het College oordeelde dat het beroep op de knelgevallenregeling faalt vanwege het ontbreken van een alternatieve peildatum en het feit dat appellante het risico van de aankoop draagt. Het beroep op de startersregeling faalt eveneens omdat sprake is van voortzetting van een bestaand bedrijf. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante op de knelgevallenregeling en startersregeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot vaststelling van fosfaatrechten op nul kilogram blijft in stand.