ECLI:NL:CBB:2020:325
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ambtshalve uitschrijving bestuurder wegens nietigheid benoemingsbesluiten
Het geschil betreft de ambtshalve uitschrijving van een bestuurder van een vereniging uit het handelsregister door de Kamer van Koophandel, naar aanleiding van een eerdere civiele uitspraak die benoemingen van bestuurders nietig verklaarde.
Appellanten voerden aan dat de betrokken vergaderingen rechtsgeldig waren bijeengeroepen en dat de uitschrijving onterecht was, mede onder verwijzing naar bepalingen uit het Burgerlijk Wetboek en een arrest van de Hoge Raad. Het College oordeelde dat de civiele rechter de benoemingen nietig heeft verklaard, waardoor de betrokken personen geen bestuurder waren en de vergaderingen niet rechtsgeldig konden worden bijeengeroepen.
Het College stelde vast dat de Kamer van Koophandel terecht gerede twijfel had over de juistheid van de inschrijvingen en daarom ambtshalve kon uitschrijven. De artikelen 2:6 en 2:8 BW zijn niet van toepassing op het handelen van de Kamer van Koophandel als registerbeheerder. De weigering tot inschrijving van bestuurders per 14 juli 2018 was eveneens terecht vanwege het ontbreken van een geldig besluit tot bijeenroeping.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de ambtshalve uitschrijving van bestuurders uit het handelsregister wordt ongegrond verklaard.