Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 mei 2020 in de zaak tussen
[naam 1] V.O.F, te [plaats] , appellante
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
(…)
Ik zag 1 dood kalf in een van de groepshokken. Ik, toezichthouder (…) hoorde [naam 1] zeggen dat hij het dode kalf nog niet had gezien maar dat hij het dode kalf direct uit het hok zou halen. Hierna heb ik, toezichthouder (…) de eenlingboxen gecontroleerd. Ik zag en voelde dat de bodembedekking in de eenlingbox waarin het kalf met werknummer 1293 en het kalf links van het voornoemde kalf werd gehouden nat en vuil was. Toen ik in beide hokken stapte hoorde ik soppende geluiden onder mijn laarzen. Ik zag en voelde dat deze beide kalveren niet de beschikking hadden over een comfortabele en zindelijke ligplek.
(…)
Toen ik, toezichthouder (…) de kalverenverblijven wilde controleren zag ik [naam 2] met schoon droog stro de stal in komen. Ik zag dat hij de éénlingboxen begon op te strooien. Hierna heb ik elk afzonderlijke éénlingbox gecontroleerd. Ik zag dat de bodem in de box waarin het kalf met werknummer [… 7] werd gehouden schoon en droog was. Ik zag en voelde, nadat ik het beetje droge stro met mijn laars had weggehaald, dat de bodembedekking in de overige éénlingboxen kletsnat was. Ik concludeerde dat het beetje droge stro snel vertrapt zou zijn in de natte ondergrond. Ik hoorde soppende geluiden onder mijn laarzen. Ik zag dat de kalveren met werknummer [… 8] / [… 9] / [… 10] / [… 11] / [… 12] en [… 13] niet de beschikking hadden over een comfortabele en zindelijke ligplek. Tevens zag ik dat deze voornoemde kalveren gehouden werden in een onhygiënische huisvesting. Ik zag aan de voerhekken van de éénlingboxen waarin de kalveren werden gehouden kunststof voeremmers hangen. Ik zag dat deze voeremmers ernstig vervuild waren. Ik zag dat de voeremmers deels bezet waren met een aangekoekte bruingrijs kleurige vuilaanslag. Ik zag voor de éénlingboxen een grup ‘lopen’ (grup = open mestgoot). Ik zag een natte, stinkende smurrie in deze grup. Ik zag een mengsel van mest, urine en voer/melk. Ik rook een afwijkende penetrante geur boven en bij deze grup. (…)
(…)
Volgens feit 1 heeft appellante op of omstreeks genoemde datum te [plaats] (gemeente: [gemeente] ), al dan niet opzettelijk, in strijd met artikel 1.7, aanhef en onder d, Bhd een aantal runderen en/of kal(f)(veren) gehouden, terwijl zij er geen zorg voor heeft gedragen dat dit/ deze kalf(veren) en/of die/dat rund(eren) een toereikende behuizing had(den) onder voldoende hygiënische omstandigheden.
Volgens feit 2 heeft appellante op of omstreeks genoemde datum te [plaats] (gemeente: [gemeente] ), al dan niet opzettelijk, in strijd met artikel 1.8, tweede lid, Bhd een aantal runderen en/of kalveren gehouden, terwijl de behuizing waarin dit kalf/ deze kal(f)(veren) en/ of rund(eren) werd(en) gehouden, niet op zodanige wijze was ontworpen en/of gebouwd en/of onderhouden dat bij dat/ die kalf(veren) en/of rund(eren) geen letsel of pijn veroorzaakt kon worden en/ of geen scherpe randen of uitsteeksels bevatte waaraan het dat/die kalf(veren) en/of rund(deren) zich kon(den) verwonden.