ECLI:NL:CBB:2020:377
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling knelgevallenregeling fosfaatrecht bij melkveebedrijf wegens medische omstandigheden
Appellante exploiteert een melkveebedrijf en heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder waarbij het fosfaatrecht is vastgesteld op basis van de situatie op 2 juli 2015. Appellante voerde aan dat vanwege medische klachten van een van de maten en de aanschaf van melkrobots een alternatieve peildatum van 31 december 2015 moest worden gehanteerd, wat zou leiden tot een hoger fosfaatrecht.
Verweerder wees het beroep af omdat volgens de Meststoffenwet en eerdere uitspraken van het College alleen teruggekeken mag worden naar de situatie op het moment van het intreden van de buitengewone omstandigheid en de peildatum, en niet naar toekomstige uitbreidingsplannen. Omdat appellante geen alternatieve peildatum in het verleden had genoemd waarop zij aan de criteria voldeed, werd het beroep op de knelgevallenregeling afgewezen.
Het College bevestigde deze uitleg en oordeelde dat de door appellante gewenste peildatum 31 december 2015 niet kan worden gehanteerd. Ook was er geen sprake van schending van het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel of het verbod van willekeur. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
De uitspraak werd gedaan door het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 2 juni 2020, waarbij de voorzitter en griffier verhinderd waren de uitspraak te ondertekenen.
Uitkomst: Het beroep van het melkveebedrijf op de knelgevallenregeling wordt ongegrond verklaard en het fosfaatrecht blijft vastgesteld op basis van de situatie op 2 juli 2015.