ECLI:NL:CBB:2020:380
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling heffingen fosfaatreductieplan 2017 en toepassing jongveegetal
Appellante, een maatschap, kreeg van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heffingen opgelegd op grond van de Regeling Fosfaatreductieplan 2017 vanwege het houden van meer melkvee dan het referentieaantal. Na eerdere intrekkingen en terugbetalingen volgde alsnog oplegging van heffingen voor drie periodes in 2017.
Appellante stelde dat de heffingen onrechtmatig waren opgelegd omdat deze niet binnen de in de Regeling gestelde termijn waren opgelegd en beriep zich op het vertrouwensbeginsel vanwege eerdere terugbetalingen. Het College oordeelde dat de inningstermijn in de Regeling regelend en niet dwingend is, en dat heffingen pas verschuldigd zijn vanaf het moment van oplegging.
Verder werd geoordeeld dat appellante geen redelijk vertrouwen kon ontlenen aan het niet opleggen van heffingen, omdat verweerder expliciet had aangegeven de Regeling volledig toe te passen na vernietiging van eerdere uitspraken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de opgelegde fosfaatheffingen wordt ongegrond verklaard.