Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 juni 2020 in de zaken tussen
Maatschap [naam 1] en [naam 2] , te [plaats] , appellante
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Individuele buitensporige last
Verweerder heeft er terecht op gewezen dat de omstandigheid dat appellante investeringen heeft gedaan een ondernemersbeslissing betreft die niet maakt dat sprake is van een individuele en buitensporige last. Verweerder heeft er voorts terecht op gewezen dat appellante geen inzicht heeft verschaft in de vraag of, en zo ja, waarom, de uitbreiding van het bedrijf noodzakelijk was. Gezien het moment waarop de investeringen zijn gedaan en het ontbreken van een noodzaak voor het doen van die investeringen, acht het College die beslissingen, mede bezien in het licht van de afschaffing van het melkquotum en de maatregelen die in verband met die afschaffing te verwachten waren waarover het College in de hiervoor aangehaalde uitspraak van 23 juli 2019 (onder 6.7.5.4) heeft geoordeeld, niet navolgbaar.