ECLI:NL:CBB:2020:538
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fosfaatrechten bij volledige overname melkveehouderij
Appellante heeft per 1 maart 2017 een melkveehouderij te een plaats gekocht en verzocht om toekenning van 4.000 kilogram fosfaatrechten. Verweerder stelde in het primaire besluit het fosfaatrecht vast op 2.588 kg en verklaarde het bezwaar ongegrond. Na beroep trok verweerder het bestreden besluit in en verhoogde het fosfaatrecht naar 8.389 kg in het vervangingsbesluit.
Appellante wilde slechts een verhoging van 4.000 kg en stelde dat de fosfaatrechten verdeeld moesten worden volgens een eigen verdeelsleutel zonder afroming. Verweerder stelde dat artikel 23, vierde lid, van de Meststoffenwet (Msw) bij volledige overname geen mogelijkheid biedt tot gedeeltelijke toekenning zonder afroming.
Het College oordeelde dat het bedrijf door verkoper was beëindigd en dat appellante de locatie in zijn geheel had overgenomen, waardoor het fosfaatrecht terecht was verhoogd met het volledige aantal rechten. Het beroep tegen het vervangingsbesluit werd ongegrond verklaard. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan appellante.
Uitkomst: Het beroep tegen het vervangingsbesluit is ongegrond verklaard en het beroep tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk.