ECLI:NL:CBB:2020:557
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fosfaatrecht vaststelling bij gedeeltelijke overname van zelfzuivelaar
Appellant exploiteert een melkveehouderij die op 1 januari 2017 is ontstaan uit een splitsing van Firma [naam 3], een zelfzuivelaar die op 2 juli 2015 96 melk- en kalfkoeien hield. Verweerder stelde het fosfaatrecht van appellant vast op basis van de situatie van Firma [naam 3] op de peildatum, waarbij de zelfzuivelnorm werd toegepast.
Appellant voerde aan dat het fosfaatrecht onjuist was vastgesteld omdat hij geen zelfzuivelaar is en dat de melk die hij leverde aan een zuivelfabriek niet correct in de berekening was meegenomen. Tevens stelde hij dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met ingediende stukken.
Het College oordeelt dat verweerder terecht is uitgegaan van de situatie van Firma [naam 3] op 2 juli 2015 en dat de zelfzuivelnorm correct is toegepast. Het feit dat appellant zelf geen zelfzuivelaar is, maakt dit niet anders. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het vastgestelde fosfaatrecht wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.