Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 augustus 2020 in de zaak tussen
[naam 1] , te [plaats] , appellante,
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
(straf-)maatregel om de betalingsrechten permanent in te trekken onevenredig is omdat over die percelen eerder wel toeslagrechten zijn toegekend, niet volgen. Tot slot wijst verweerder erop dat uit het verslag van de hoorzitting van 6 maart 2019 niet blijkt dat aan appellante is medegedeeld dat het besluit tot intrekking van de eerder toegewezen betalingsrechten alleen voor het jaar 2015 zou gelden. Voor zover appellante een beroep doet op het vertrouwensbeginsel, merkt verweerder op dat een dergelijk beroep slechts kan slagen als sprake is van een uitdrukkelijke, ongeclausuleerde toezegging van een daartoe bevoegde functionaris, waarop appellante gerechtvaardigd mocht vertrouwen. Van een dergelijke toezegging is volgens verweerder geen sprake. Tevens wijst verweerder dat geen beroep op het vertrouwensbeginsel kan worden gedaan tegen een duidelijke bepaling van het gemeenschapsrecht.