ECLI:NL:CBB:2020:646
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling fosfaatrecht en oppervlakte landbouwgrond afgewezen
Appellante maakte bezwaar tegen het door verweerder vastgestelde fosfaatrecht en de oppervlakte landbouwgrond die bij haar in gebruik is. Het geschil betrof met name de fosfaattoestand van perceel 35 en 36 en de juiste bepaling van de oppervlakte van percelen 1, 33, 35 en 36.
Het College oordeelde dat het analyserapport van appellante niet representatief was vanwege een groot deel van het perceel dat niet bemonsterd was. Ook was er geen bemonstering van perceel 36, waardoor dit terecht in de categorie hoog werd geplaatst. Verder stelde verweerder dat delen van de percelen in 2015 niet voor landbouw werden gebruikt, wat door het College werd bevestigd op basis van luchtfoto’s en de onderbouwing van partijen.
Het beroep werd ongegrond verklaard omdat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de vaststellingen van verweerder onjuist waren. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het bestreden besluit over het fosfaatrecht en de oppervlakte landbouwgrond wordt ongegrond verklaard.