ECLI:NL:CBB:2020:650
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.O. Kerkmeester
- H.S.J. Albers
- T. Pavićević
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aansluitplicht en termijn van 18 weken voor verzwaring kleinverbruikersaansluitingen
In deze zaak gaat het om een geschil tussen Liander N.V. en Kingspan B.V. over de aansluitplicht van Liander voor het verzwaren van kleinverbruikersaansluitingen naar grootverbruikersaansluitingen van 3x250 ampère. ACM stelde vast dat Liander in strijd met artikel 23 van Pro de Elektriciteitswet 1998 handelde door niet binnen 18 weken de gevraagde aansluitingen te realiseren. Liander stelde dat de termijn van 18 weken een weerlegbaar bewijsvermoeden is en dat uitzonderingen mogelijk zijn vanwege technische en vergunningsrechtelijke omstandigheden.
Het College oordeelt dat artikel 23, derde lid, onderdeel a, van de E-wet geen ruimte biedt voor afwijking van de 18-weken termijn voor aansluitingen tot 10 MVA. De tenzij-clausule in onderdeel b is niet van toepassing op deze aansluitingen. De wetsgeschiedenis en parlementaire stukken bevestigen dat de termijn strikt moet worden nageleefd om toegang tot het net te waarborgen.
Verder oordeelt het College dat ACM terecht nagelaten heeft te onderzoeken of het redelijk was dat Liander de aansluiting binnen 18 weken kon realiseren, omdat zij daartoe niet bevoegd is bij aansluitingen tot 10 MVA. Ook is geen sprake van misbruik van bevoegdheid door Kingspan. Het beroep van Liander wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van Liander wordt ongegrond verklaard en de 18-weken termijn voor aansluitingen tot 10 MVA geldt strikt.